Architectuur: Villa E1027 Roquebrune Cap Martin

News

Jarenlang heeft de door Eileen Gray ontworpen villa E1027 aan de prachtige kust bij Roquebrune Cap Martin in een deplorabele staat verkeerd. Het huis heeft een intrigerende historie, niet in het minst door  de bekende architect Le Corbusier die zich het huis heeft toegeëigend en hier in 1965 is overleden. Sinds 2015, na een jarenlange renovatie, is het huis weer open voor publiek. En een bezoek is het zeker waard!

Indien u het huis wilt bezoeken kunt u een hier een reservering maken.

Als u geen tijd heeft voor een bezoek kunt u virtueel het huis bekijken door hier te klikken.

Filmpje op Youtube

Om alvast wat te weten te komen over de historie van het huis en haar bewoners, hebben wij een artikel overgenomen van Dirk Limburg, verschenen in het NRC van 5 mei 2015:

 

Hoe Le Corbusier Gray’s villa bekladde

Zondag heropende de villa E.1027. Het ontwerp van Eileen Gray in Roquebrune aan de Rivièra is een van de mooiste woonhuizen uit begin twintigste eeuw. Dat vond ook sterarchitect Le Corbusier, maar tot woede van Gray maakte hij er erotische muurschilderingen.

Eileen Gray (1878-1976) zag bijna honderd jaar lang de wereld veranderen. Van de Victoriaanse knusheid in haar geboorteland Ierland, tot Symbolisme, de sierlijke Art Nouveau, het abstracte Kubisme, de stijlvolle Art Deco en later het strenge Modernisme. Ook na de Tweede Wereldoorlog, ze was toen 67, bleef ze actief als vormgever en architect, maar meer op zichzelf.

Vanaf 1906 woonde en werkte Eileen Gray in Parijs. Ze kende daar iedereen. Ze was van adellijke afkomst, niet rijk, maar wel financieel zelfstandig. Gray had in Parijs een werkplaats, in de jaren twintig met tien man personeel, en een designwinkel in de ook toen al gewilde rue du Faubourg Saint-Martin. Gray werkte voor de rijke societyklanten die de opdrachtgevers waren van de mooiste meubels en interieurs van de jaren tien, twintig en dertig. Modebladen als Harper’s en Vogue publiceerden reportages.

Ook het onvolprezen Nederlandse tijdschrift Wendingen besteedde in 1924 een hele aflevering aan haar werk. Prachtige foto’s van haar unieke kamerschermen gemaakt met oude Japanse laktechniek, van briljant ingerichte interieurs, tapijten, banken, tafels, fauteuils, lampen en kasten.

Eind jaren dertig trok Gray zich terug en raakte vergeten. Om dertig jaar later herontdekt te worden als de bouwer van een van de mooiste villa’s van de twintigste eeuw, sinds zondag te bezoeken, en de schepper van een klein oeuvre aan designklassiekers. Het beroemdst zijn het in hoogte verstelbare chromen E.1027 bijzettafeltje met rond glazen blad – zij was een van de eersten die chromen buizen gebruikte – en de naar het Michelin-mannetje genoemde fauteuil Bibendum met zijn rugleuning van bolle rollen.

Alle grote musea hebben haar design in de collectie en regelmatig krijgt ze grote overzichtsexposities, zoals vorig jaar nog in Pompidou. Haar Drakenstoel (1917-1919) bracht op de grote Yves Saint Laurent-veiling in 2008 19,5 miljoen euro op: een record voor twintigste-eeuws design. En dat was niet de eerste keer: in 1972 veilde Drouot in Parijs het kamerscherm Le Destin dat ze in 1914 voor Doucet had gemaakt voor 36.000 dollar. Ook toen een record voor modern design. Haar ontwerpen waren hun tijd ver vooruit en hebben nog niets van hun heldere en speelse schoonheid verloren.

Speelfilm

De door Eileen Gray ontworpen villa E.1027 aan de Franse Rivièra bij Roquebrun-Cap-Martin is gerenoveerd en sinds zondag 3 mei te bezichtigen. De meubels die ze voor dat bescheiden vakantieverblijf ontwierp staan weer waar ze volgens haar moesten staan. Happy end, lijkt het dus.

Maar Eileen Gray’s leven is niet voor niets stof voor de Ierse speelfilm The Price of Desire, die dit jaar uitkomt, en vooral gaat over de bouw van die villa.

Haar tegenspeler in de film en in haar leven is Le Corbusier (Charles-Édouard Jeanneret-Gris, 1887-1965), de grootste architect van de moderne tijd die vijftig jaar geleden zwemmend in de Middellandse Zee voor Gray’s villa verdronk.

Gray leerde Le Corbusier begin jaren twintig kennen toe hij nog niets gebouwd had maar wel al een aantal belangrijke publicaties op zijn naam had. Hij gaf haar maquettes en tekeningen van de huizen die hij ontwierp. Werk dat ze dus tot in detail kende toen ze tussen 1926 en 1929 E.1027 bouwde op een bijna onbereikbare plaats aan de rotsige Franse kust met een schitterend uitzicht op Monaco.

Gray, die een voorkeur voor vrouwen had en het grootste deel van haar leven alleen woonde met haar trouwe huishoudster Louise Dany, had in die tijd een verhouding met een man, Jean Badovici, een jonge Roemeense architect die de redacteur was van het invloedrijke architectuurtijdschrift L’Architecture Vivante. Badovici was bevriend met Le Corbusier.

De villa E.1027 ontwierp Gray voor zichzelf en haar vriend Badovici. Het is een strak gebouw met veel ramen met uitzicht op zee, efficiënt ingedeeld met een tuin die een verlengstuk is van het huis. Het stond, zoals Le Corbusier had verordonneerd, op pilaren en op bezoek bij het paar moet hij veel elementen uit zijn ontwerpen hebben herkend. Vooral de villa die hij voor zijn ouders aan het Meer van Genève bouwde, was een inspiratie voor Gray, net als het werk van Alfred Loos en Gerrit Rietveld wiens huis voor Truus Schröder-Schräder ze in 1925 in Utrecht bezocht.

Wat betreft de functie van een huis stonden Gray en Le Corbusier lijnrecht tegenover elkaar. Zij verfoeide zijn stelling dat een huis „een machine om in te wonen” moet zijn, zoals hij in 1923 in Vers une architecture schrijft. Volgens haar moest een huis bovenal menselijk zijn. „Een huis is het omhulsel van de mens, het is zijn uitbreiding, zijn bevrijding, zijn spirituele manifestatie.”

Naakte Corbusier

De pilaren waarop de villa staat zorgen dat het huis past in zijn omgeving, in plaats van daar afstand van te nemen zoals Le Corbusier wilde. Ook bepaalde de façade volgens haar niet het interieur, maar andersom. Zelfs de volgens Le Corbusier verplichte daktuin en horizontale ramen, realiseerde ze, maar ook nu weer met een ander doel. Naast geniaal woekeren met ruimte – alle meubels waren opklapbaar, inschuifbaar, kastjes hadden zijdelings uitwaaierende laden – is het zoeken naar de menselijke maat, het comfort voor de bewoners, haar belangrijkste kenmerk.

Dit alles maakte het huis dat Gray bouwde zowel aantrekkelijk als uiterst irritant voor Le Corbusier, zoals later zou blijken.

Le Corbusier in 1939, © onbekend

Toen E.1027 in 1929 klaar was, bracht Gray er niet veel zomers meer door. Ze verliet Badovici, die voortdurend ontrouw was, in 1932 en begon aan een nieuw huis voor zichzelf dicht bij de Italiaanse grens. Badovici bleef het zomerhuis gebruiken en Le Corbusier logeerde er graag. Al waren de muren volgens Le Corbusier saai en schreeuwden ze om muurschilderingen. Na lang aandringen gaf Badovici toestemming. Le Corbusier ging in 1939 aan de slag met Picasso-achtige vormen en voorstellingen in vaak felle kleuren op zeven plaatsen in het tot op dat moment heldere en sobere huis. Er is een schitterende foto waarop een

naakte Le Corbusier met kwast en pot verf in de handen bezig is met het schenden van Gray’s creatie. Door zijn uilenbril kijkt hij de foto uit, op zijn been een vijftig centimeter lang slingerend litteken dat hij een jaar eerder aan een zwemongeval had overgehouden.

 

Toen Gray het hoorde was ze woedend. De harmonie tussen meubilair en muren was verstoord. Overal waar je keek schreeuwde Le Corbusier je tegemoet. Ze liet Badovici een brief schrijven waarin hij dreigde de schilderingen te verwijderen, maar daar is nooit iets van gekomen.

Le Corbusier publiceerde zijn muurschilderingen in tijdschriften en zei er niet bij wie het huis had ontworpen. Het duurde dan ook niet lang of in de architectuurwereld raakte het huis bekend als een schepping van Le Corbusier zelf, soms van Badovici. Eileen Gray werd een enkele keer genoemd als interieurontwerpster.

In de dit jaar verschenen wetenschappelijke biografie, gebaseerd op Gray’s archief in het National Museum of Ireland, concludeert Jennifer Goff dat Gray zonder de twijfel de ontwerper is. „E.1027 is zo’n geval van de leerling die haar leraren overtreft.”

Roemeense non

Maar de strijd tegen ’s werelds grootste architect verloor Eileen Gray. Ze was altijd al extreem verlegen geweest, „verlammend verlegen”, volgens Goff. En obsessief perfectionistisch. Vanaf eind jaren dertig bleef ze nog meer dan vroeger het liefst in haar zelfingerichte appartement aan de rue Bonaparte in Parijs.

Het werd oorlog, in 1940 was ze 62, en ze trok zich terug in verbouwingen van haar opeenvolgende zomerhuizen aan de Rivièra. Tot haar dood in 1976 bleef Gray altijd aan het werk. Ze verbeterde haar ontwerpen, maar ging vooral op in het maken van maquettes van vakantieparken, noodwoningen en cultuurgebouwen. Een enkele keer mocht ze iets exposeren, maar gerealiseerd is niets meer, en langzaam raakte ze vergeten.

Le Corbusier niet. Die werd groter en groter en hij bleef verliefd op E.1027. Zo sterk zelfs, dat hij er een stukje grond pal erboven kocht waar hij in 1951 een houten blokhut neerzette als zomerhuisje voor zichzelf en zijn vrouw. Met uitzicht op de villa. Als hij wilde zwemmen moest hij door de tuin van de villa afdalen naar de zee.

Voor een lokale restauranthouder bouwde hij in 1957 naast zijn ‘Cabanon’, dat hutje is inmiddels een architectuurklassieker, een blok van vijf lelijke vakantieverblijven. Zo verstoorde Le Corbusier de afgelegenheid die ooit de reden was dat Gray die locatie had uitgekozen.

Met E.1027 – de naam is een spel met de initialen van Eileen Gray en Jean Badovici – ging het na de dood van Badovici in 1956 lange tijd slecht. Hij had het niet aan Gray nagelaten, hoewel ze altijd bevriend bleven en zij hem in zijn laatste dagen verzorgde en zijn begrafenis regelde. Het huis ging naar Badovici’s zuster, een non in een Roemeens klooster. Omdat zij geen bezit mocht hebben, werd de Roemeense staat de eigenaar.

Dat was het moment waarop Le Corbusier ingreep. Na het eerst zelf geprobeerd te hebben, liet hij een Zwitserse bewonderaarster de villa kopen. In de eerste plaats om zijn muurschilderingen te redden, maar toen ze hem schreef dat ze een deel van de meubels wilde weggooien, liet hij meteen weten dat ze belangrijk waren en bewaard moesten blijven.

Misschien is E.1027 wel het laatste wat Le Corbusier in zijn leven zag, toen hij op 27 augustus 1965 zwemmend in de Middellandse Zee voor de villa een hartaanval kreeg en stierf.

Gray ging op aandringen van haar latere biograaf Peter Adam in juni 1967 nog één keer terug naar Roquebrune. Op het pad naar het huis bleef ze stil staan, schrijft Adam in 2010. „Ik ga er niet naartoe. Het is in ieder geval te laat. Kijk wat ze met deze plaats hebben gedaan.”

Iets van een happy end heeft het verhaal wel. Na haar herontdekking werd Eileen Gray vanaf de jaren zeventig erkend als een van de belangrijkste vormgevers van de twintigste eeuw. Villa E.1027 is tegenwoordig een beschermd cultureel monument. Inclusief de muurschilderingen van Le Corbusier.

 

 

Persoonlijk advies?

Persoonlijk advies bij het vinden van een huis? Wij denken graag met u mee